Geen vaccin op korte termijn: hoe nu verder?
Geen vaccin op korte
termijn: hoe nu verder?
Uit
mijn vorige blog blijkt heel duidelijk dat, gebaseerd op keiharde feiten, er
geen vaccin zal zijn binnen twee jaar. De vraag is dan hoe we daar mee moeten
leven. Omdat COVID-19 een ziektebeeld veroorzaakt dat heel sterk lijkt op een
zware griep, het voorbeeld dat dan het dichtst bij komt is de Spaanse Griep van
1918/19. De ziekte heerste van januari 1918 tot aan december 1919.
In
de Verenigde Staten kostte de ziekte aan ongeveer 650.000 mensen het leven, dat
was 0,65% van de Amerikaanse bevolking van toen (100.000.000). Heel duidelijk
geeft de grafiek de tweede en derde golf weer. Een groot verschil met nu is dat
de Spaanse Griep vooral mensen onder de 65 jaar, vooral in de leeftijdsgroep
van 20 tot 40 trof. Op dit moment is niet precies bekend hoe hoog de sterfte
van het COVID-19 virus is. Eerste berekeningen leken er op te wijzen dat het
ongeveer 2% was, mogelijk is het nog iets lager. In Nederland zijn op dit
moment 36000 gevallen gemeld bij het RIVM, er zijn tot nu toe 4200 mensen
overleden. Beide cijfers zijn echter niet correct. Het aantal werkelijke
gevallen is veel hoger, maar niet gemeld bij het RIVM, en bij de doden zijn zij
die thuis of in het verpleeghuis stierven niet meegeteld. Kortom, hoe dodelijk
de ziekte is kan nog niet gesteld worden. Verder moet men ook niet vergeten dat
zij die ziek waren en beter werden heel vaak ernstige klachten overhouden van
de ziekte. Met andere woorden onderschat de dreiging van de ziekte niet!
Wij
zitten nu in de eerste golf. Zaak is dan ook om te voorkomen dat de tweede golf
zo erg wordt als indertijd met de Spaanse Griep. Dat pleit er voor de
beperkingsmaatregelen zo lang mogelijk vol te houden.
Wat bekent de anderhalve
meter economie voor een periode van 2 jaar in de praktijk?
Uit
de ontstaansgeschiedenis van de corona ziekte weten we dat het grote gevaar zit
in het bijelkaar komen van clusters van mensen. Voor een kuddedier, dat de mens
natuurlijk wel is, is dat dus iets dat de mens in zijn oervorm raakt. Als je
kijkt naar de carnavalsactiviteiten in Brabant dan vallen meteen op de clusters
in en rond Uden, Tilburg en Breda. Voor wat Nederland betreft waren verder de
clusters in de skigebieden van Noord Italië en Oostenrijk van enorm belang.
Voor het virus zijn clusters van mensen de beste reden om voort te bestaan.
Zonder clusters sterft het virus langzaam, maar zeer zeker, uit. In de clusters
neemt de kans op het oplopen van de ziekte enorm toe. Het argument van velen
dat het allemaal wel losloopt is een vals argument, je zal maar in een cluster
terecht komen, al dan niet willens en wetens, en je bent de klos. Je kans op
overlijden en/of een zeer ernstige ziekte met nagevolgen neemt exponentieel
toe. De anderhalve meter economie moet dan ook gebaseerd zijn op het vermijden
van clusters, hoe moeilijk dat ook is.
Om
dit in kaart te brengen moeten we onze maatschappij opsplitsen:
1.
De agrarische sector4
2.
De industrie
3.
De handel
4.
Het vervoer
5.
De vermaakindustrie
1. Agrarische sector
De
productiekant van de agrarische sector is niet zo’n probleem. Boeren werken
vaak alleen of met een minimum aan mensen, het zijn vooral machines die het
werk doen. Een uitzondering is de oogsttijd. Het plukken van appels en peren,
drijven of tomaten, of het steken van asperges valt wel mee. Hier kan je best
een anderhalve meter economie regelen.
Het
probleem van de agrarische sector is de export. Hier zitten twee kanten aan.
Aan de ene kant heeft de crisis de internationale handel sterk belemmerd en aan
de andere kant is het zo dat in tal van target-landen (Amerika bv) de inkomens
door werkloosheid en terugvallende bedrijfsopbrengsten sterk terugvallen. De
vraag naar Nederlandse export zal dan ook sterk terugvallen. Deels kan dit niet
of moeilijk gecompenseerd worden (bloemen bv), omdat Nederland ook veel voedsel
(vlees bv) importeert kan een deel omgeruild worden: consumptie van binnenlandse productie in plaats van consumptie van
import. Dan moet de Argentijnse biefstuk maar vervangen worden door een
Brabantse, of een Braziliaanse kip door een Drentse. Op deze manier kan je de
gevolgen van de crisis redelijk beperken.
2. De Industrie
In
onze hooggeautomatiseerde industrie is in veel gevallen de anderhalve meter
economie best wel in te passen. Het zal wat improvisatie kosten, maar die zijn
wel overwinbaar.
3 De Handel.
Handel
vindt veel plaats via telefoon en internetverkeer. Met wat aanpassingen is dit
ook wel te overzien. Thuiswerken wordt het devies van de nieuwe tijd. Enerzijds
door de crisis, anderzijds door beperkingen van het personenvervoer zullen
bedrijfsreizen en uitjes beperkt worden of grotendeels verdwijnen. Ook dit is
iets dat wel aanpasbaar is, maar dat wel tijd zal kosten.
4. Het Vervoer.
Voor
het goederenvervoer verwacht ik weinig problemen. Het is regel tegenwoordig dat
vrachtauto’s slechts één chauffeur hebben. Zolang er geen personenclusters
ontstaan regelt dit zich wel. Ook in het lucht of scheepvaart-vervoer geeft dit
geen problemen.
Het
grote probleem zit in het personenvervoer. De anderhalve metereconomie is hier
nauwelijks of uitvoerbaar. Laten we eerlijk zijn, natuurlijk kunnen we in
treinen, bussen en vliegtuigen minder stoelen plaatsen. Het probleem wordt dan
de rentabiliteit. Als je in een bus in het openbaar vervoer zoveel stoelen
weghaalt dat je enigszins aan de anderhalve meter economie tegemoet komt is het
voertuig niet meer exploitabel. In een vliegtuig is hetzelfde probleem. De
tarieven zouden drie of viermaal zo hoog worden, dat betaalt de consument niet
en de vliegtuigmaatschappij kan er niet van leven. Een belangrijke factor
hierbij is een de risicofactor voor de passagier. Wie gaat er urenlang in zo’n
afgesloten ruimte zitten met kans op een besmetting als het werkelijk niet
anders kan. Dus ook van de passagierskant neemt de animo sterk af. De veiligste
manier van vervoer wordt de eigen auto. Ik verwacht dan ook dat het autoverkeer
enorm zal toenemen, een toename die echter ten dele gecompenseerd word door
thuis werken. De grote slachtoffers zullen de luchtvaart maatschappijen zijn, de
reisbureau’s, de internationale hotels en stranden en de restaurants en bars in
de vakantiegebieden. Landen zoals Italië, Spanje en Griekenland zullen hierdoor
zwaar getroffen worden. De passagiervervoersectie zal rigoureus op de schop
gaan.
5. De Vermaakindustrie
Gemakshalve
veeg ik hier onder zaken bijelkaar zoals voetbal, festivals, grote
sportactiviteiten, theaters, bioscopen, pretparken, etc. Het gaat hier om door
ons voor een bepaald doel (vermaak) gecreëerde clusters van mensen. Tot in
lengte van dagen zal dit niet kunnen. Geen restaurant kan overleven als de
anderhalve meter economie wordt ingevoerd, alleen de heel grote kunnen
misschien overleven, bars, nachtclubs idem dito. Is het dan echter nog gezellig
in zo’n half leeg restaurant waar je nauwelijks nog met de ober kunt praten,
waar je misschien zelf je eten moet ophalen, er is gewoon geen lol meer. Ik
denk van niet, als de sfeer weg is en het restaurant wordt een soort gevangenis
op afstand dan komt de klant niet meer. Zelf koken wordt het devies. Het grote
voorbeeld zal worden wat carnaval veroorzaakte in een kleine gemeente zoals
Uden en Bernhove waar hele families uit elkaar gerukt werden door gezellig een
pilsje te drinken en een beetje te hossen.
Samengevat
Kort
samengevat komt het er op neer dat we echt de ramp wel zullen overleven, maar
dat onze maatschappij een drastische ommekeer zal maken. Bepaalde activiteiten
, vooral het gebied van ons algemeen vermaak, zullen verdwijnen. Als ik op mijn
leeftijd terugkijk dan gaan we terug naar een situatie aan de vooravond van de
grote vacantie-opkomst, begin zestiger jaren. Ik ging voor het eerst met de
auto op vakantie naar Spanje ergens in 1965 of zo. Een paar jaar later volgde
mijn eerste vliegtocht naar Mallorca. In die tijd hadden we ook lol, maar op
een andere manier. Terrassen en bars waren er in Amsterdam nog nauwelijks. We
moesten echter wel 48 uur in de week werken, ook op zaterdag. TV bestond nog
maar net. Mastklimmen op de radio was nog uitermate populair. Ik wil niet
zeggen dat ik met weemoed aan die tijd terugdenk, maar een slechte tijd was het
zeker niet.
Kortom,
zij het met grote aanpassingen, we zullen het op wat langere termijn wel kunnen
overleven. Nederland heeft op geen enkel termijn serieuze problemen en dat is
een belangrijke buffer voor de drastische veranderingen die ons te wachten
staan. Helaas zijn wij niet de enigen op deze planeet die trachten er het beste
van te maken. Wij leven ook niet op een eiland. Kunnen wij de druk van buiten
overleven, dat is wellicht de grootste dreiging die ons te wachten staat.
Dirk
J. Barreveld
Tilburg,
25 april 2020
Comments
Post a Comment