VIER MAANDEN CORONA: EEN TERUGBLIK
Ik ben geboren in 1941 op een boerderij langs de
Vecht in de provincie Utrecht. Ons speelterrein lag tussen het landgoed
Gunterstein en de Loosdrechtse plassen. Als boerenzoon was ik gek op dieren,
mijn idee was van jongsaf aan om naar de Landbouw Hogeschool in Wageningen te
gaan. Het zat mij niet mee want ik had zo’n last van hooikoorts dat ik ‘szomers
niet op de boerderij kon blijven. Vanaf mijn 15e bracht ik de zomer door als
scheepsjongen, ketelbinkie, op de schepen van de rederij Vinke en Co. Zo kwam ik
al op jonge leeftijd in Afrika terecht. Na de middelbare school ging ik naar de
Kweekschool voor de Zeevaart en werd stuurman op de Nederlandse koopvaardij.
Het was nog niet zo heel lang na de oorlog en er bestond voor rederijen de
verplichting om af en toe een stuurman af te staan aan de marine voor een
opleiding tot convooi commandant. Zo werd ik reserve officier bij de
Koninklijke Marine. Deel van onze opleiding was dat je op een gegeven moment
met een man of vijf in een grote tank werd gestopt waarin plotseling een lek
ontstond. Het was de nabootsing van een gebeurtenis waarbij, bijvoorbeeld in
een onderzeeër, een onderwater lek ontstond en je er voor moest zorgen dat
schip en bemanning niet ten onder gingen. Het werd hard gespeeld, zo was de
marine in die tijd. In sneltrein vaart stond het water al aan je knieën, als je
niet snel wat deed zou je verdrinken. In een bliksemoverleg wezen we een leider
aan, vervolgens werd in enkele seconden besloten hoe het lek te dichten. Wij
stopten al onze kleren in het gat en overlegden spiernaakt inmiddels, hoe we
het schip in de haven konden krijgen. Het was een kwestie van de ogen op de bal
te houden, geen flauwe kul, geen andere eisen, lek dichten, schip naar de kant.
Later, toen ik over mijn hooikoorts gegroeid was, studeerde ik
gedragswetenschappen en statistiek aan de Erasmus Universiteit. Ik bekleedde
topfuncties in binnen en buitenland. Die marine opleiding is mij echter altijd
bijgebleven: het was een leerschool in
het maken van keuzes en deze ook te volgen tot het einde.
Toen het corona virus ons spijkerhard, met
duizelingwekkende snelheid, in een paar dagen hadden we al 1000 besmettingen,
in maart trof schoot mij die training bij de marine weer eens te binnen. Na een
maand twijfelen en ouwehoeren moest Mark Rutte handelen. Dat deed hij ook. Met
zijn Outbreak Management Team was het
begin zoals het in het boek staat. Ik heb daar geen enkele kritiek op. Maar
toen, al heel snel, ging het mis met de groepsimmuniteitsgedachte. Leuk idee,
maar daar waren we nog lang niet aan toe. Dit, afgezien van het feit dat Rutte
niet wist war dat was en het RIVM eigenlijk ook niet. Groepsimmuniteit is
eigenlijk een statistisch iets, dat heeft op zichzelf niets met virologie te
maken. Je bereikt een dergelijk situatie zodra ongeveer 70% van de bevolking
besmet is geweest, dat kost veel tijd en heeft echter een hoge prijs. 70% van
de Nederlandse bevolking is 12.000.000, bij een sterftecijfer van 1 tot 2%
betekent dat de dood van tussen de 120.000 en 240.000 Nederlanders. Ik denk
niet dat Rutte zoiets op zijn geweten wil hebben. Successievelijk kwamen er tal
van scheuren in de aanpak. Dit was vooral een gevolg van het feit dat je een
Outbreak Management Team, zodra de zaak gestabiliseerd is, moet aanvullen met
andere deskundigen, vooral gedragswetenschappers. Dit laatste is nodig om te
zorgen dat het grote publiek bij blijft en niet het oog op de bal verliest. De
verpleeghuizen waren vergeten, het app-probleem werd schandelijk onderschat, de
cijfers van de overledenen klopten niet omdat men hen die thuis of in het
verpleeghuis stierven niet meetelde. Langzaam maar zeker lappen steeds meer mensen
de maatregelen aan hun laars. Hoe kan je nu de marechaussee met een
smoesverhaal Duitsers bij de grens tegenhouden? Zet, net als de Belgen, een
container op de weg! Het ergste was het gebrek aan het bij de hand nemen van
het Nederlandse volk. Rutte sprak ons iedere week twintig minuten toe, dat was
het. De Belgen, Duitsers, Engelsen en zelfs Trump deden dat uitgebreid iedere
dag. De man die in dit vlak met kop en schouders boven alles uitstak was Andrew
Cuomo, de gouverneur van de staat New York. Dag in, dag uit legde hij de
situatie haarfijn uit aan het grote publiek. Keurige grafieken, met voortschrijdende
gemiddelden, rolden aan onze ogen voorbij. Zijn staat New York, met een
bevolking die ongeveer gelijk is aan die van Nederland is het zwaarst getroffen
deel van onze planeet. Het aantal doden is bijna driemaal zo groot als in Nederland.
Door de lakse houding van Rutte raak je de steun van het volk kwijt en dat is
in een situatie zoals deze funest. Andere politici begonnen met het stellen van
eisen aan maatregelen die niets met het probleem te maken hadden.
En zo dwaalden wij af om met de opening van IKEA op
28 april met enorme drommen mensen geconfronteerd te worden. Zijn we al weer
vergeten dat een kerkdienst in het Zuid Koreaanse Daegu in één keer 433
besmettingen tot gevolg had, of de kerkdienst in Nieuw Rijsenburgh in
Sommelsdijk op Goeree-Overflakkee op zondag 8 maart tien doden en veertig
besmettingen tot gevolg had? In beide gevallen waren de besmettingen van één
enkel persoon afkomstig. Het virus is onverbiddelijk. De parlementaire enquête,
die zonder enige twijfel, vroeg of laat de corona aanpak zal beoordelen wacht
een zware taak. We zullen moeten leren van deze ramp en dat betekent dat zij
die gefaald hebben spijkerhard aan de wand genageld moeten worden. Deze ramp
gaat over leven en dood en is daarom te ernstig om onder de mat geschoven te
worden.
Drs. Dirk J. Barreveld
Tilburg, 29 april 2020.
Comments
Post a Comment