Wat is een virus


Wat is een virus?

Een virus is een microscopisch klein deeltje dat bestaat uit erfelijk materiaal, verpakt in een eiwitomhulsel. Virussen worden pas biologisch actief als zij cellen van levende organismen binnendringen.

Virussen zijn geen levende organismen en hebben daarom ook geen eigen voortplantings-apparaat en geen eigen stofwisseling. Ze zijn daarom volledig afhankelijk van gastheer-organismen. Een virus is zo klein dat het niet met een gewone microscoop te zien. Dat kan wel met een electronenmicroscoop. Virussen worden pas biologisch actief als zij cellen van levende organismen binnendringen.

Het heeft heel veel moeite gekost om er achter te komen wat een virus nu werkelijk is. In feite was er al een vaccin tegen een door een virus veroorzaakte ziekte voordat men precies wist wat een virus was. Het was Louis Pasteur die in 1885 het eerste vaccin tegen hondsdolheid ontwikkelde. Hij slaagde er echter niet in om er achter te komen wat nu de veroorzaker van de ziekte was. Een belangrijke doorbraak was in de vijftiger jaren het vaccin tegen het poliovirus. Een ander belangrijk vaccine was dat tegen hepatitis C (1989).

Ontstaan van virussen

De precieze herkomst van virussen is niet bekend, dat komt onder meer doordat virussen geen fossiele resten achterlaten. Men neemt echter aan dat virussen er al zijn sinds de eerste cellen zich ontwikkelden. Men is er echter wel in geslaagd virussen miljoenen jaren terug te identificeren. Ze zijn er in ieder geval al heel lang. Men neemt aan dat virussen evolueerden uit complexe eiwitten en nucleïnezuren tegelijk met de eerste cellen. Er is echter geen uitsluitende theorie over het ontstaan. Alhoewel men aanneemt dat virussen niet levend zijn is ook daar discussie over. Kortom, een virus is en blijft ondanks de enorme hoeveelheid onderzoek die er naar gedaan is een mysterieus iets.

Voortplanting van virussen via een gastheer

Er zijn twee hoofdmanieren waarop een virus werkt. Een virus kan zich koppelen aan een cel van de gastheer en injecteert vervolgens het eigen erfelijk materiaal in die cel, of ze versmelten geheel met de gastheercel. Deze gastheer kan een meercellig organisme zijn, zoals een dier, plant of de mens, maar ook eencellige organismen kunnen geïnfecteerd worden, zoals bijvoorbeeld bacteriën of schimmels. Meestal specialiseren virussen zich op een bepaalde gastheer. Virussen kunnen echter ook overspringen op een andere gastheer, bijvoorbeeld van een dier op een mens. Binnen in de gastheercel geeft het erfelijk materiaal van het virus de opdracht om nieuwe virussen te maken.

Bestrijding van een virusinfectie

Een virusinfectie verloopt volgens een ander mechanisme dan een bacteriële of schimmelinfectie, en kan niet met antibiotica worden bestreden. Er zijn stoffen die specifiek de werking van sommige typen virussen verstoren, en die als geneesmiddel kunnen worden ingezet, de zogenaamde antivirale middelen. In tal van gevallen heeft men vaccins tegen virusinfecties ontwikkeld, bijvoorbeeld hondsdolheid, hepatitis en griep. Uit het bovenstaande blijkt echter dat een virus een buitengewoon moeilijk iets is. Ieder virus heeft zijn eigen kenmerken en heel vaak moet voor ieder virus apart onderzoek gedaan worden. Het onderzoek naar geneesmiddelen en een vaccin tegen ebola bijvoorbeeld, een uitermate gevaarlijke Afrikaanse virusziekte, laat zien hoe moeilijk het is om iets te vinden dat echt goed werkt. Het onderzoek loopt nu al tenminste twee of drie decennia en nog steeds is men er niet in geslaagd een echt goed geneesmiddel (viraal) of vaccin te vinden. Verschillende pogingen leken te werken maar moesten later toch weer afgeschreven worden. Het ebola virus is overigens ook een corona virus.

Een enorme handicap is dat een virus vaak onderhevig is aan veranderingen en een vorm van evolutie ondergaan.

Comments

Popular posts from this blog

MAATREGELEN VERZACHTEN OF NIET?(3)

De kans op een vaccin of geneesmiddel

Geen vaccin op korte termijn: hoe nu verder?